John Tabé hakt door: 24-3-2026
De vrije markt, totdat het pijn doet
In mijn straat wonen twee mannen die zich in mijn hoofd hebben genesteld: meneer Tibes en meneer Peer. Ze wonen nog geen honderd meter van elkaar, maar leven in een andere werkelijkheid.
Meneer Tibes, Piet, is een man van principes. Zegt hij zelf. Hard ook. Alsof zijn stem de waarheid moet afdwingen. Geen windmolens. Geen zonnepanelen. Geen zonneparken. “Gewoon benzine. Gewoon gas. Gewoon normaal doen.” De overheid. Die moet wegblijven. Geen regels, geen bemoeienis. De markt regelt het wel. Punt.
Klinkt stoer. Tot de rekening binnenkomt.
Ik zie hem bij de pomp. Hand aan de slang, blik op het scherm. De cijfers lopen op. Zijn kaak klemt. “Dit kan toch niet.” Niet als vraag, maar als aanklacht. Thuis hetzelfde toneel. De energierekening is een schande. Minder stoken. Absoluut niet. Aanpassen is voor anderen.
En dan, bijna geruisloos, draait hij.
Waar is de overheid..
Waarom grijpt de politiek niet in..
Gisteren wilde hij geen regels. Vandaag wil hij redding. Gisteren was de markt heilig. Vandaag is ze verdacht. Zijn principes staan nog rechtop, maar alleen zolang ze gratis zijn. Zodra ze geld kosten dan...
Aan de overkant woont meneer Peer. Jan. Geen grote woorden, geen borst vooruit. Hij keek gewoon even vooruit. Elektrische auto. Zonnepanelen op het dak. Laadpaal erbij. Huis geïsoleerd. Warmtepomp erin. Niet uit idealisme, maar uit nuchterheid. De overheid stuurt deze kant op... Prima. Dan zorg ik dat ik niet achteraan hobbel.
Hij rekende. Hij handelde. Klaar.
En nu? Nu gebeurt er iets pijnlijk simpels.
De prijzen stijgen. Bij Tibes stijgt de woede.
De prijzen stijgen. Bij Peer blijft het stil.
Geen drama. Geen geroep. Geen hand die omhooggaat richting Den Haag. Alleen rust. In zijn huis. In zijn hoofd. In zijn portemonnee.
Soms staan ze tegelijk buiten. Tibes moppert luid. Peer knikt rustig. Het is bijna komisch, als het niet zo herkenbaar was.
Want dit gaat niet over twee buren. Dit gaat over een keuze.
Je kunt roepen dat de overheid weg moet blijven, tot je haar nodig hebt.
Of je kunt kijken waar het heen gaat en zorgen dat je minder afhankelijk bent.
En ik? Geen moralist, echt niet. Maar noem me gerust een zeikerd, sommige dingen zijn te pijnlijk duidelijk om te negeren.
Ik loop door, handen in de zakken, en denk: die rekening komt toch wel. Altijd.
De vraag is alleen: wie ziet hem op tijd en wie staat straks met open mond bij de brievenbus...
Maak jouw eigen website met JouwWeb