D66: Solidariteit met een forse prijskaartje
John Tabé hakt door: 23-02-2026
Toen D’66 in 1966 werd opgericht, was het de partij van vernieuwing. Burgers kregen inspraak, onderwijs bood kansen, zorg was een recht en sociale zekerheid was voor iedereen. Vrijheid en solidariteit gingen hand in hand. D66 stond voor een open samenleving, het antwoord op de oude, vergrijsde politiek.
Vandaag de dag is D’66 veranderd. De partij is nu een technocratische machine, die cijfers manipuleert en alles meet in termen van efficiëntie. Een PowerPoint presentatie waar niemand naar kijkt. Zorg. Alleen beschikbaar voor degenen die het kunnen betalen. Sociale zekerheid. Die krimpt steeds verder, want de nadruk ligt op je eigen verantwoordelijkheid. Iedereen moet nu vooral ondernemer zijn van zijn eigen leven. De VVD kan hier nog wat van leren.
En als het gaat om de selectie van kaderleden, is het simpel: zonder universitair diploma kom je er niet. Slimme ideeën zonder papiertje? Vergeet het. D’66 heeft geen ruimte meer voor idealisten, alleen voor technocraten die de kunst van het besturen met cijfers begrijpen.
De bezuinigingen spreken voor zich. De zorg werd met tien miljard gekort, sociale zekerheid met zes miljard. Werkloos, Eerst moet je je eigen spaargeld gebruiken en zelfs je eigen huis opeten, pas dan komt de samenleving in beeld. Solidariteit. Kost geld. Je eigen geld.
D’66 verkoopt nu idealen met een fors prijskaartje. Waar het ooit een partij was die de samenleving wilde verbeteren, is het nu een partij die het spel van de markt speelt.
Maak jouw eigen website met JouwWeb