John Tabé hakt door: 26 juli 2026

Bruggen betalen de prijs van 25 jaar rechts beleid

De rekening komt altijd later. Dat is het voordeel van achterstallig onderhoud: politici kunnen jarenlang doen alsof ze geld besparen, totdat de werkelijkheid de factuur presenteert.

Anno 2026 ligt die factuur op tafel. Dezelfde centrumrechtse politieke stromingen die vijfentwintig jaar lang pleitten voor een kleinere overheid, lagere uitgaven en meer marktwerking erkennen nu dat tientallen miljarden nodig zijn om de achterstand weg te werken. Naar schatting gaat het om circa tachtig miljard euro voor infrastructuur die jarenlang onvoldoende onderhoud en financiële reserveringen kreeg.

Dat bedrag is geen natuurramp, geen onverwachte tegenvaller en geen probleem dat plotseling is ontstaan. Het is het resultaat van politieke keuzes. Jarenlang werd groot onderhoud uitgesteld, omdat een investering die wordt doorgeschoven op papier lijkt op een besparing. Maar in de werkelijkheid bestaat gratis uitstel niet.

Bruggen, tunnels, spoorlijnen, waterwerken en elektriciteitsnetten wachten niet op verkiezingsuitslagen. Ze verouderen volgens hun eigen tempo. Wie geen geld reserveert voor onderhoud en vervanging, bouwt geen gezonde overheid, maar stapelt verborgen rekeningen op.

De wrange ironie is dat die rekening nu alsnog betaald moet worden. De vraag is alleen: wie draait ervoor op?

Wanneer de overheid miljarden moet vrijmaken om vijfentwintig jaar achterstallig onderhoud te herstellen, komt er onvermijdelijk druk te staan op andere uitgaven. Zorg, sociale zekerheid en publieke voorzieningen worden dan opnieuw bekeken als mogelijke besparingsposten.

Dat is de omgekeerde wereld. Eerst wordt bezuinigd op de publieke basis waarvan iedereen afhankelijk is. Vervolgens wordt dezelfde samenleving gevraagd opnieuw offers te brengen om de gevolgen van dat beleid te herstellen.

Wie jarenlang profiteert van lagere lasten en tegelijk accepteert dat de infrastructuur waarop die welvaart rust verzwakt, kan moeilijk verbaasd zijn wanneer de rekening uiteindelijk verschijnt.

‘Stel dat’ is het nieuwe bewijs van rechtse wokepolitiek